1-“Hij droomde steeds en het waren steeds van die vreemde dromen: meestal leek hij ergens in Afrika te zijn, in Egypte, in en of andere oase. De karavaan rust uit, de kamelen liggen er vreedzaam bij; rondom groeien palmen in een gesloten kring; allen eten. Hij drinkt steeds maar water, zo uit een beek die hier opzij stroomt en ruist. En het is er zo koel, en het o zo prachtige, blauwe, koude water stroomt over stenen van allerlei kleur, en over zulk schoon zand met gouden schitteringen…”(blz.72)
2-“Natuurlijk, in dat geval hadden ook veel weldoeners der mensheid die de macht niet erfden maar hem zelf grepen bij hun allereerste schreden gestraft moeten worden, Maar die mensen verdroegen hun eigen schreden en daarom stonden zij in hun recht, maar ik verdroeg het niet en ik had dus niet het recht om mezelf die schrede toe te staan. En slechts hierin erkende hij zijn misdaad: slechts daarin dat hij het niet verdroeg en zichzelf had aangegeven.(…)Is het verlangen om te leven dan zo sterk en zo moeilijk te overwinnen? Svidrigajlov die bang was voor de dood, had het toch ook overwonnen? Gekweld stelde hij zich deze vraag en hij kon iet begrijpen dat hij ook toen, toen hij bij de rivier stond, misschien al een voorgevoel van de diepe leugen in zichzelf en zijn overtuigingen had. Hij begreep niet dat dit voorgevoel een voorbode kon zijn van een komende ommekeer in zijn leven, van zijn komende herrijzenis, van een komende nieuwe kijk op het leven.”(blz.567-568)
3-“Ach kom nou toch, wie waant zich dezer dagen in Rusland geen Napoleon?”(blz.276)
4-“”En we zullen allen komen zonder ons te schamen en we zullen voor Hem staan. En Hij zal zeggen: “Zwijnen zijt gij! Beesten naar beeld en gelijkenis, maar komt ook gij!” En de wijzen zullen uitroepen, de verstandigen zullen uitroepen: “Heer! Waarom neemt gij derzelven?” En Hij zal zeggen: “Daarom neem ik hen, wijzen, daarom neem ik hen, verstandigen, daar geen van hen zichzelf dit waardig achtte…” En Hij zal zijn armen tot ons strekken, en wij zullen aan Zijn voeten vallen…en wenen …en alles begrijpen! En allen zullen het begrijpen…ook Katerina Ivanovna…ook zij zal het begrijpen…Heer, Uw koninkrijk kome!”(blz.28)
5-“Katerina Ivanovna, in haar oude jurk, met haar sjaal van drap-de-dames en haar kapotte strohoedje dat als een afschuwelijk vodje naar opzij hing, was inderdaad helemaal buiten zinnen. Ze was moe en ze had het benauwd. Haar afgemartelde teringlijdersgezicht drukte meer leed uit dan ooit tevoren (bovendien ziet een teringlijder er op straat,in het zonlicht, altijd zieker en afschuwelijker uit dan thuis), maar aan haar opgewonden toestand kwam geen einde en haar irritatie groeide met de minuut. Ze stoof naar de kinderen, krijste tegen hen, probeerde hen over te halen, leerde hen ter plekke waar de mensen bij waren hoe ze moesten dansen en wat ze moesten zingen, begon hen uit te leggen waar dat goed voor was, werd wanhopig door hun onbegrip, sloeg hen…”(445-446)
6-“O, hoe goed begrijp ik de “profeet” met sabel te paard: Allah beveelt, gehoorzaam, sidderend creatuur! Gelijk, gelijk heeft “de profeet” wanneer hij ergens midden op straat een pr-racht van een batterij opstelt en losknalt op de rechtvaardigen en schuldigen zonder zich ook maar tot een uitleg te verwaardigen! Gehoorzaam, sidderend creatuur en, wens niet, dit is niet aan jou…! O voor niets, voor niets ter wereld zal ik dat oude vrouwtje vergeven!”(blz.286)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten